| |
Op deze pagina kunt u van elke maand enkele typische Westfriese weerspreuken
vinden.
januari | februari |
maart | april
| mei | juni | juli
augustus | september | oktober |
november | december

Januari (Louwmaand)
Hartje winter en korte dagen met dito lange nachten. Het kan
bitterkoud zijn, maar ook boterzacht. Op het land ligt het werk stil, maar
binnen in de boerderij wordt het vee verzorgt en het gereedschap
gerepareerd. De wind giert door tochtige woningen. Koude voelt nog kouder
aan en soms is het huis niet warm te krijgen. Reikhalzend kijkt men uit naar
het lengen van de dagen en het komende voorjaar. Krijgen we nog meer vorst,
of kunnen we op tijd het land op om te zaaien. Tegenslag in het weer kan de
komende oogst doen mislukken en dat betekent honger. De weerspreuken van
januari halen een tipje van de sluier op.
-
Geeft januari muggenzwermen, dan hoort men in de oogstmaand de boeren kermen.
-
Geeft januari een sneeuwtapijt, dan zijn we de winter gauw kwijt.
-
Als de kat in januari in de zon zit, ligt ze in februari achter de kachel.
-
Geeft Sint Sulpitius (29-1) schoon ijs, dan is de lente goed en wijs.
-
Januari zonder regen, is voor de boeren een zegen.
-
Januari zonder sneeuw maar met veel regen, brengt de boeren geen zegen.
-
Geeft St. Hilarius (13-1) zonneschijn, Weldra zal het kouder zijn.
Februari (Sprokkelmaand)
De dagen gaan nu duidelijk lengen, het feest van Maria Lichtmis kondigt dat al aan. Natuurlijk kan het ook in februari nog stervens koud zijn, maar de echte koude loopt nu toch een beetje op de laatste benen. De zon krijgt meer kracht. En veel weerspreuken begroeten dan ook het licht onze moederster en brenger van wat meer warmte. Maar óh wee, als de koude weer terugkomt ...
-
Groeit in februari het gras, dan draagt men met Pasen een dikke jas.
-
Februari kil en nat, brengt koren in 't vat.
-
Klaar weer op Sint Silvijn (17-2), 't zal nog twee maanden winter zijn.
-
Komt februari met goed weer, dan vriest het in het voorjaar des te meer.
-
Sint Mathijs (24-2) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken dan vriest het nog zes weken.
-
Ligt de wind in februari stil, dan komt hij zeker in april.
-
't Is voor de oogst bijzonder goed, (9-2) als 't op Sint Appolonia waaien doet.

Maart (Lentemaand)
De zon krijgt nu duidelijk meer kracht, de natuur komt weer tot leven. Wanneer kan er gezaaid worden? Krijgen we wat warmere dagen of kan het nog koud worden? Gaat het nog regenen en sneeuwen of blijft het droog? Allemaal vragen die voor de landman van vroeger van cruciaal belang zijn. Het kwetsbare pas ontkiemde zaaigoed kan door zware nachtvorst bevriezen. Dat betekent niet alleen opnieuw zaaien, maar ook een aanslag op de voorraden.
-
Droogte en veel stof in maart, is de boer heel wat waard.
-
Maartse regen, brengt geen zegen.
-
Met zuidenwind op Sint Benooi (21-3), neemt het weer een goede plooi.
-
Maart droog, mei nat, veel hooi en zaad zat.
-
Is op Sint Rupert (27-3) de hemel rein, dan zal hij 't ook in juli zijn.
-
Veel wind in maart, geeft appels in de gaard.
-
Zoveel nevels in maart zich tonen, met zoveel onweer de zomer zal lonen.
April (Grasmaand)
De boer is nu druk, het vee moet naar buiten. Voor zover dat nog niet gedaan was of kon worden moet er nu toch echt gezaaid, gepoot en geplant worden. Akkers, weilanden en tuinen hadden de volle aandacht nodig. Groeizaam weer was gewenst, een beetje van dittum en beetje van dattum. Niet teveel koude graag en liefst wat regen erbij.
-
Sneeuwt april nog op onze hoed, 't is voor de druiven en koren goed.
-
De vrouwen en aprillen, hebben beide hun grillen.
-
De heren en aprillen, bedriegen die zij willen.
-
In april heldere maneschijn, zal voor de bloesems schadelijk zijn.
-
Valt voor Sint Joris (23-4) geen regen meer, dan komt er na hem des te meer.
-
Wil april niet vertrouwen, hij is en blijft de ouwe,
nu lacht hij met zonnegloren, dan gooit hij met hagelstenen om de oren.
-
Zo lang voor Sint Markus (25-4) warm, zo lang na hem koud.
Mei (Bloeimaand)
De dagen lengen, maar daar is alles mee gezegd. Koude kan gemist worden als kiespijn om over nachtvorst maar te zwijgen. Maar de IJsheiligen staan nog voor de deur. De kille noordenwind kan zomaar met wat nachtelijke vorst binnenvallen en het jonge gewas te gronde richten. En anders wel de hagel. Dit werd bestreden door her en der op het land veldkruizen te plaatsen. Of het ook geholpen heeft... ?
-
Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
-
Wil maart reeds donder, dan is sneeuw in mei geen wonder.
-
Nachtvorst in mei, houdt 't jonge groen niet schadevrij.
-
Is het weer in mei niet te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
-
Een bijenzwerm in mei, maakt de hooiboer blij.
-
Het kan vriezen tot in mei, tot de Ijsheiligen (11-5 t/m 14-5) zijn voorbij.
-
Zwoele mei, boerengeschrei.

Juni (Zomermaand)
Hoe wordt de oogst? Ligt er een groeizame zomer in het verschiet of gaat het juist regenen dat het giet en blijft het kil.
-
Niet te koel, niet te zwoel, niet te nat, en niet te droog, vult de schuren hoog.
-
Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
-
Is er in juni pas zonneschijn, dan wordt de zomer erg klein maar fijn.
-
Als het koud en nat in juni is, dan is het de rest van het jaar ook mis.
-
Regent het op Sint Barnabas (11-6), zwemt de oogst in een waterplas.
-
Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.

Juli (Hooimaand)
Met angst en beven wordt de zomer gevolgd. Er begint een serie regenheiligen die tot in augustus voort gaat. Veel regen betekent een misoogst en dat leidt weer tot honger, hoe de winter door?
-
In juli moet van hitte braden, wat in augustus moet geladen.
-
Regen op Sint Margriet (20-7), geeft zes weken boerenverdriet.
-
Brengt juli hete gloed, zo gedijt september goed.
-
Regent het op de Zevenbroedersdag (10-7), dat het nog zeven weken regenen mag.
-
Als Juli u niet lag te heten, ge hebt gans augustus om te zweten.
-
Is juli heet en droog, dan houdt de winter kwaad betoog.
-
Bij klagend geroep van de wulp over 't land, houdt het mooie weer geen stand.

Augustus (Oogstmaand)
De gave van de natuur moet worden geoogst en daar kan de landman beter droog weer bij gebruiken. Zo links en rechts wordt al een uitstapje gemaakt naar de verwachting voor de komende herfst en winter.
-
Begin augustus heet, lang en wit het winterkleed.
-
Begin augustus regenvlagen, regen in de laatste dagen.
-
Op Sint Laureins (10-8) regenvlagen, zes weken duren de waterplagen.
-
Is 't weer op Maria-Hemelvaart (15-8) uitgelezen, zo zal de herfst voortreffelijk wezen.
-
Geeft augustus veel noordenwind, dan blijft 't weer lang goed gezind.
-
's Avonds speelt de zwoelte, 's morges is er koelte.
-
Voel je in augustus de wind zuid-west stoten, dan is een witte kerst niet uitgesloten.

September (Herfstmaand)
Al of niet voldaan is de oogst nu vrijwel binnen. Even rust, voordat het land klaar gemaakt wordt voor het wintergoed. De nachten worden nu duidelijk langer en men heeft tijd voor wat gezelligheid. Hoe is de vogeltrek? Zijn er veel eikels? Is er al nachtvorst te melden? Wat zegt dit over de komende winter?
-
Schijnt de herfstmaandszon met zomerkracht, maakt veelal de wintermaand ook zacht.
-
In September warme regen, brengt de boeren rijke zegen.
-
Droog zal 't voorjaar zijn, is 't met Sint Lambert (17-9) zonneschijn.
-
De padden wijzen regen aan, zijn zij 's avonds op de baan.
-
Is het weder warm in September, krijgen we een harde winter.
-
Septemberregen,nooit komt hij ongelegen.
-
Blijven de zwaluwen lang, wees voor de winter niet bang.

Oktober (Wijnmaand)
De voorbereidingen voor de winter worden gedaan. Kille regens en stormen kondigen het donkere jaargetijde aan. Toch doet de zomer nog wel eens een uitval of laat een vroege winter zich al van zich spreken.
-
Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt dan snel en koud.
-
Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.
-
Als 't regent op Sint Bavis (1-10), regent 't op Kerstmis.
-
Houden de kraaien school, zorg dan voor hout en kool.
-
Regent het op Sint Denys (9-10), dan komt er niet veel ijs.
-
Een koude oktober, een zachte nieuwjaarsmaand.
-
Oktober met groene blaân, duidt een strenge winter aan.

November (Slachtmaand)
Eind oktober, begin november wordt ook wel aangeduid als de IJsduivels. Het niet winterharde pootgoed moet naar binnen. De eerste serieuze nachtvorst kan zijn intrede doen. Met IJsheiligen naar buiten en IJsduivels naar binnen.
-
Geeft Allerheiligen (1-11) zonneschijn, dan zal 't spoedig winter zijn.
-
Vertoont november zich met snee, 't zal vruchtbaar zijn, ook voor 't vee.
-
November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen.
-
Onweer laat in het jaar, de vries is nog niet klaar.
-
Na helder weer nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.
-
Wintert 't op Sint Clemens (23-11) fel, wordt de lente klaar en fel.
-
November heeft maar 30 dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.

December (Wintermaand)
Hoe komen we de winter door? De donkere dagen voor kerstmis staan voor de deur. Wat voor een winter krijgen we voor de kiezen? Wordt het zacht of juist streng? Nat, of droog? Tijd voor een feestje, na 21 december gaan de dagen weer lengen, en dat moet gevierd ... !
-
Donder in de decembermaand, belooft veel wind in 't jaar aanstaand.
-
Blaast de noordenwind met decembermaan, dan houdt de winter vier maanden aan.
-
Als met Sint Thomas (21-12) de dagen lengen, beginnen de nachten te strengen.
-
Hangt met Kerst 't ijs aan de twijgen, gij zult met Pasen palmen krijgen.
-
Een natte december voorspelt weinig goeds.
-
Is 't op Kerstmis nog niet koud, dan vraagt de winter niet veel hout.
-
Is de wind stil met Sint Steven (26-12), dan zal 't jaar een goede oogst geven.
|
|